Spreekwoorden en Citaten

Onze Nederlandse taal is rijk aan prachtige uitdrukkingen over hoeden en aanverwante zaken. Aan deze cultuur herkennen we de rijkdom van onze letterkunst. We willen u graag ook laten meedelen in bijzondere taalkunst.

 

De volgende spreekwoorden (met de uitleg erbij) en citaten vonden we over hoeden, kaproenen, mutsen en petten:

 

Als de hemel naar beneden komt hebben we allemaal een blauwe hoed.

Gezegde na een onwaarschijnlijk argument.

 

Aprilletje zoet geeft toch nog wel eens een witte hoed.

In de maand april is toch nog sneeuw mogelijk.

 

Dat zijn twee hoofden onder één kaproen.

Zij zijn het helemaal met elkaar eens. 

 

Dat gaat me boven de pet.

Daar begrijp ik niets van.

 

Dat is van Jan Pet.

Onverzorgd, waardeloos.

 

Dat mag de pet niet drukken. 

Dat hindert niet of het veroorzaakt geen moeilijkheden.

 

Daar neem ik mijn hoed voor af.

Daar heb ik grote eerbied voor.

 

Daar valt mijn pet van af. 

Daar ben ik erg verbaasd over. 

 

De muts staa them niet goed.

Uit zin humeur zijn.

 

Die het grootste hoofd heeft, moet de grootste hoed hebben.

Iemand die het recht heeft op het grootste deel, moet dat ook krijgen.

 

Er is geen maart zo goed of het sneeuwt op de boer zijn hoed.

In maart valt veelal nog sneeuw. 

 

Ergens geen hoge pet van op hebben.

Er niet zulke hoge verwachtingen van hebben.

 

Ergens zijn hoed voor afnemen.

Ergens bewondering voor hebben.

 

Er met de pet naar gooien.

Er een slag naar slaan, ernaar raden.

 

Er met zijn pet niet bij kunnen.

Het niet begrijpen.

 

Geen hoge hoed ophebben van -

Geen hoge dunk hebben van -

 

Goed gemutst zijn.

Goed gehumeurd zijn.

 

Gooi het maar in je pet.

Er komt niks van in.

 

Het is hoed.

Het is verkeerd afgelopen.

 

Het is huilen met de pet op.

Het is niets waard, het is helemaal mis. 

 

Het is knudde met de pet op. 

Het lijkt nergens op.

 

Het schort hem in de teen waar de boeren de hoed op dragen.

Hij is niet goed bij zijn verstand.

 

Hij doet het langs de klep van de pet.

Hij doet het zonder er verder bij na te denken. 

 

Hij is onder een hoedje te vangen.

Hij is zeer stil en gedwee.

 

Hij heeft een mus onder zijn hoed.

Hij weigert om iemand te groeten. 

 

Hij draagt zijn muts op drie haartjes. 

Hij is nogal losbandig.

 

Hoed af voor het verleden, jas uit voor de toekomst.

Aanpakken!

 

Hoed u voor de schijn des kwaads.

Je moet niet alleen niets slechts doen je moet ook voorkomen dat anderen denken dat je iets.

 

Iemand een veer (pluim) op de hoed steken.

Iemand een compliment maken.

 

Iets uit zijn hoed toveren.  

Er onverwacht mee voor de dag komen.

 

Jan met de pet.

Een eenvoudig persoon.

 

Jan Pet en Piet Boezeroen.

De arbeiders.

 

Je hoed niet afnemen voor je gegroet wordt.

Iemand niet in de rede vallen.

 

Kachelpijp. 

Schertsende benaming voor hoge hoed.

 

Met de hoed in de hand komt men door het ganse land,

(maar met je pet op je test kom je er ook best).

Met beleefdheid kan men veel bereiken.

 

Men moet zijn hoed niet afnemen, voor men gegroet wordt.

Met moet een ander nooit in de rede vallen.

 

Onder één hoedje spelen.

Elkaar helpen of heimelijk samenwerken.
Zie ook:
verdere uitleg

 

Onder de pet houden.

Geheim houden.

 

Slecht gemutst zijn. 

Niet goed gehumeurd zijn.

 

Van de hoed en de rand weten.

Er alles vanaf weten.

 

Voor iemand je pet afnemen.

Respect hebben voor iemand.

 

Zich een hoedje lachen.

Hard lachen.

 

Zich een hoedje schrikken

Heel erg Schrikken

 

Zijn hoed staat op halfzeven.

Hij is dronken. Zijn hoed staat scheef.

 

Zijn hoed zit altijd op zijn hoofd.

Hij groet nooit iemand.

 

Zo vast als een muts met zeven keelbanden.

Zeer vast.

 

 

Bronnen:

Nederlands Spreekwoordenboek

Diverse sites

 

Er is niets veranderlijkers op aarde dan een vrouwelijk hoofddeksel.

(Uitspraak: Joseph Addison)

 

Hij worde nooit dik en het ga hen nooit goed,

die twee gezichten draagt onder één hoed.

(Uitspraak: Henry George Bohn)

 

Veel mensen rennen het geluk achterna als een verstrooid man die zenuwachtig zijn hoed zoekt, terwijl hij hem al die tijd op zijn hoofd of in zijn hand heeft.

(Uitspraak: Sidney Smith)

 

WEET U NOG MEER UITDRUKKINGEN? DAN ONTVANGEN WE GRAAG AANVULLINGEN.

 

Bronnen:Spectrum Citatenboek

C. Buddingh’